Artikel over Stichting Kind en Rouw, verschenen in het tijdschrift: “Plein Primair” – Oktober 2004

Dood vaak taboe in klas

“Omdat één op de twintig kinderen op enig moment iemand heeft verloren die hem of haar dierbaar was, zit er statistisch gezien altijd een kind in de klas die rouwt. Daar zou meer aandacht voor moeten zijn”, aldus David Blitz, woordvoerder van de Stichting Kind en Rouw.

Zelf zag Blitz ooit in de sloot naast zijn basisschool een kind van een jaar of vier opdreggen door de politie. “Dat kindje was verdronken en zag er vreselijk opgezwollen en blauw uit. Ik heb daar toen met niemand over kunnen praten en daardoor jaren met dat beeld rondgelopen. Het was goed geweest als daar op school over gepraat was, want ook andere kinderen moeten dat hebben gezien. Dan hadden we antwoord gekregen op vragen als: wat is verdrinken, waarom zie je er dan zo uit enzovoorts.”
Dat kindje was nota bene een vreemde voor de woordvoerder, nog veel heftiger reageren kinderen als een dierbare naaste overlijdt. “Zo’n kind heeft intens verdriet”, vertelt emeritus hoogleraar René Hoksbergen die adviseur van de Stichting is. “Vooral als dat kind erg gehecht was aan die persoon. Heel vaak zie je dan dat kinderen enorm achteruit gaan in prestaties op school. Of dat ze ander gedrag gaan vertonen. Ze kunnen dan erg gesloten worden, clownesk gedrag gaan vertonen of andere kinderen gaan pesten. Omdat gezinsleden vaak bezig zijn met hun eigen verdriet valt dat hen vaak niet op. Dan zou een alerte leerkracht uit die gedragsveranderingen kunnen opmaken dat er wel degelijk sprake is van een rouwproces.”

Toch blijft de dood vaak onbespreekbaar in de klas. “Dat komt doordat de dood voor volwassenen vaak een taboe is en kinderen dat gedrag overnemen”, legt Blitz uit. “Volwassenen zouden eerst hun eigen angsten en vooroordelen opzij moeten zetten, pas dan is er goed over te praten.”

Een begin zouden de films kunnen zijn die Blitz over deze problematiek heeft gemaakt. Daarin komen familieleden en leerkrachten aan het woord die kinderen bij een rouwproces hebben begeleid. “Daardoor wordt het minder ingewikkeld met je eigen gevoelens naar buiten te komen”, meent de woordvoerder van de Stichting Kind en Rouw. “En wordt het onderwerp bespreekbaar gemaakt.”

Volgens hoogleraar Hoksbergen kunnen die gesprekken individueel en klassikaal plaats hebben. “Als het kind een goede band heeft met de leerkracht wil het dat ook graag. Mocht er aan het overlijden een stervensproces vooraf zijn gegaan dan is het goed dat er door de leerkracht en de klas meegeleefd wordt met het betreffende gezin.”

Wat leerkrachten ook niet moeten vergeten, is het overlijden van zo’n dierbare naaste met elkaar te bespreken. Zodat bijvoorbeeld vakleerkrachten ook weten wat er speelt. “Vooral na de zomervakantie is dat belangrijk””, waarschuwt Blitz. “Dan is er vaak zoveel gebeurd in een kinderleven.”

Dat een niet afgemaakt rouwproces lang kan doorwerken, ondervond Hoksbergen bij zijn studenten. “Soms trof ik studenten die erg gemotiveerd worden, maar toch in hun studie bleven steken. Soms bleek dat er een niet afgemaakt rouwproces achter zat. Ze bleven daardoor gefixeerd op de overleden persoon en vertoonden zelfs vermijdingsgedrag voor plaatsen waar die persoon kwam. Aan zo’n niet afgemaakt rouwproces ben je op die manier veel tijd en energie kwijt, die je vervolgens niet in andere zaken kunt steken.”