Dvd met voorlichting over de omgang met kinderen na suïcide.

Twee documentaires die ieder een casus volgen over een moeder met kind(eren), nadat de vader zelfdoding heeft gepleegd. De voorlichting wordt gegeven door drie deskundigen. Deze gaat over de omgang met en de benadering van kinderen, na de suïcide van één van hun ouders. De voorlichting komt in een zogenaamd ‘extra menu’, of ‘meer keuze menu’, op de dvd te staan.

De documentaires kunnen in hun geheel worden bekeken en men kan ook één of meer scènes los van de rest bekijken. Deze interactieve toepassing is effectief en ondersteunend ter illustratie van bijvoorbeeld een les, een lezing of een college.

Zelfdoding wordt in onze maatschappij redelijk geaccepteerd wanneer er sprake is van een ongeneeslijke ziekte, al dan niet gepaard gaande met ouderdom. Er heerst echter veel onbegrip wanneer één van de ouders zelfdoding pleegt en de andere ouder achterlaat met de kinderen. Op het spreken hierover met de kinderen lijkt een taboe te rusten. De centrale vraag van dit project is daarom: Hoe ga je om met een kind na de zelfdoding van zijn of haar ouder?

 Casus 1: “Ik wens je een gelukkig leven”

“Ik wens je een gelukkig leven” volgt moeder Christine en haar kinderen Arthur en Roxanne van zes en tien jaar met de camera gedurende een langere periode, waardoor ontwikkelingen in het proces van verwerking in beeld zijn. Let wel, dit is de werkelijkheid en geen gespeelde acts met toneelspelers. De communicatie over en weer tussen de gezinsleden onderling en met kinderen en volwassenen uit hun directe omgeving, laat volwassenen zien hoe met kinderen die achterblijven na zelfdoding kan worden omgegaan.

Interview Roxanne

Kringgesprek school Roxanne

Casus 2: “Pappa, ik ga verder”

vertelt vanuit het perspectief van Batti van acht jaar, over verlies en rouw na zelfdoding en richt zich op kinderen. De camera gaat ‘door de knieën’ en begeeft zich in de belevingswereld van kinderen die achterblijven na zelfdoding. Bijzonder is dat we zo kort na het sterven van Batti’s vader, dicht bij zijn ervaringen kunnen zijn en die van zijn vriendjes en klasgenoten. Daarmee biedt de film ervaringen van leeftijdgenoten. Ervaringen die kort na het verlies, andere kinderen kunnen helpen om zich te openen en een eerste stap te zetten om gevoelens te benoemen en woorden te geven aan hun verlies en anderen toe te laten.

Gemiddeld plegen jaarlijks ongeveer 1500 mensen in Nederland suïcide (CBS, 2006). Uit onderzoeksgegevens van 2007 van het Trimbos-instituut, blijkt dat er in Nederland jaarlijks ongeveer 410.000 mensen zich zo terneergeslagen voelen dat zij aan zelfdoding denken, vaak na een periode waarin zij last hebben gehad van psychische problemen. Volgens het Trimbos zijn er jaarlijks 1600 geslaagde suïcides door volwassenen, en van 94.000 pogingen daartoe.

Er zijn dus substantiële aantallen (jonge) kinderen betrokken bij de zelfdoding van één van hun ouders. Voor de achtergebleven ouder en de direct betrokkenen uit de omgeving van het kind, is het vertellen van de dood van een ouder aan het kind al een grote opgave, laat staan wanneer er sprake is van zelfdoding.

Zelf worstelt de overgebleven ouder met zijn verdriet en deze heeft dan ook nog de taak, de verplichting in feite, het kind te vertellen wat er is gebeurd. De ouder zal daar in alle gevallen geweldig tegen opzien. Worstelen met vragen als: Moet ik dat wel vertellen? Wordt mijn kind dan nóg verdrietiger? Hoe zal mijn kind in de toekomst tegen zijn ouder aankijken? Het kan ook de vraag zijn of een kind oud genoeg is om te begrijpen wat er aan de hand is. Soms is het daardoor nodig het kind in fasen te vertellen wat er is gebeurd. Meestal zal het beter zijn de waarheid onder ogen te zien, hoe moeilijk en ingewikkeld die ook is. Later zal het kind dan immers met verwijten kunnen komen en kan zelfs verwijdering van de ouder het effect zijn.

Bedacht moet worden dat de omgeving van het kind veelal weet dat de ouder zelfdoding heeft gepleegd, terwijl het kind iets anders wordt verteld. Kinderen voelen zoiets vaak aan, waardoor de vertrouwensband met de overgebleven ouder enorm wordt beschadigd. De reacties van het kind op de zelfdoding van de ouder zijn heel verschillend, afhankelijk van de relatie met beide ouders en natuurlijk afhankelijk van de persoonlijkheid en veerkracht van het kind. Zo kan een kind zich gaan schamen, voor de ouder die zichzelf heeft omgebracht en voor de omgeving die er schande van spreekt en hem of haar misschien ‘zielig’ vindt.

Manu Keirse

Hoogleraar Verliesverwerking Faculteit Geneeskunde KU Leuven, auteur van diverse boeken over verlies en verdriet

Download interview:

Monique van ’t Erve

Verliesconsulent nabestaanden zelfdoding; advies, voorlichting en schrijfwerk

Interview casus 1:

Interview casus 2:

Hester Stubbé

Onderwijskundige TNO, onderwijsondersteuning zieke leerlingen UMC Utrecht

Interview casus 1:

Interview casus 2:

Deze DVD is te bestellen via onze bestelpagina

film_2012cover368
  • Lengte documentaires: 35 en 20 min.
  • English subtitles on/off
  • Lengte voorlichting: 30 min.
  • Extra interviews: 20 min.
  • PAL/Kleur – Audio/stereo
  • Regiocode vrij

Uitgangspunt van beide films is dat zij kinderen die achterblijven na zelfdoding van een dierbare, willen ondersteunen in hun verwerkingsproces. De twee casussen met verschillende accenten in perspectief, inhoud, vorm en aanpak, complementeren elkaar en dienen daardoor diverse doelgroepen ondersteuning. De casussen hebben vele raakvlakken en vullen elkaar aan in vorm en aanpak. Zij zijn een voorbeeld voor hen die in een vergelijkbare situatie terecht zijn gekomen en voor hen die beroepsmatig te maken hebben met suïcide. “Pappa, ik ga verder” helpt kinderen om woorden te geven aan hun verliesverwerking en rouwproces en geeft volwassenen inzicht in de belevingswereld van kinderen.

“Ik wens je een gelukkig leven” steunt kinderen en hun ouders, de volwassenen uit de directe omgeving en de hulpverleners bij omgaan met kinderen die achterblijven na zelfdoding. Beide films belichten elk op hun eigen wijze de verschillende aspecten en onderdelen uit het rouwproces en gaan in op de doelgroepen die centraal staan als ondersteuning van het kind in dit proces: ouders, verdere familie en leerkrachten.